In het kort
LC- Soort: Witjes | Pieridae
- Namen: (NL) Oranjetipje | (LA) Anthocharis cardamines | (EN) Orange-tip | (DE) Aurorafalter | (FR) Aurore | (ES) Musgosa
- Status: Vrij algemeen in Nederland en België, al zijn ze lokaal kwetsbaar door verdroging en het te vroeg maaien van bermen en graslanden.
- Actief: Begin april tot halverwege juni. Het is een uitgesproken voorjaarssoort met slechts één generatie per jaar.
- Habitat: Kruidenrijke, vochtige graslanden, lichte loofbossen, bosranden, zonnige bermen en tuinen. Zolang de waardplanten er maar in voldoende mate aanwezig zijn.
- Voorkomen: Komt in heel Europa voor. In Nederland wijdverspreid, met een lichte voorkeur voor het oosten en zuiden van het land, maar inmiddels ook goed vertegenwoordigd in het westen.
Korte omschrijving:
Een middelgrote, witachtige vlinder. Het mannetje is onmiskenbaar door de helder oranje vleugelpunten. Het vrouwtje mist dit oranje en wordt in de vlucht vaak verward met een klein koolwitje. In rust is de soort echter bij beide geslachten direct te herkennen aan de onderkant van de achtervleugel: deze heeft een prachtige, onregelmatige groen-witte mozaïektekening (die overigens optisch bedrog is; de schubben zijn geel en zwart).
Actieve periode (EU)
Fotografie van het Oranjetipje
Het Oranjetipje | Anthocharis cardamines is voor veel natuurfotografen hét startschot van het vlinderseizoen. Zodra de weilanden in april zacht lila kleuren door de bloeiende Pinksterbloemen, weet je dat het tijd is. Het liefst fotografeer je deze vlinder natuurlijk rustend op zijn waardplant, waarbij de zachte pastelkleuren van de bloem een prachtig contrast vormen met het felle oranje van het mannetje of de groen-gemarmerde onderkant.
Overdag proberen om een mannetje te fotograferen levert vaak vooral frustratie op. Ze staan erom bekend als onvermoeibare patrouilleurs onafgebroken langs bosranden en over weilanden te vliegen, driftig op zoek naar een vrouwtje. Ze gaan vrijwel nooit zitten. De absolute sleutel tot succes is dus vroeg opstaan. In de vroege, koude ochtend (bij voorkeur met een flinke laag dauw) hangen ze roerloos en verkleumd in de vegetatie. Dit is het moment waarop je rustig je statief kunt opzetten en met je compositie en scherptediepte (of focus stacking) kunt spelen.
Let bij het fotograferen goed op de achtergrond. Omdat de vlinder in de ochtend vaak met dichtgeklapte vleugels zit, is het juist die unieke, 'camouflerende' groen-witte onderkant die de show steelt. Door een relatief open diafragma te kiezen en te zoeken naar een achtergrond met bloeiende Pinksterbloemen, creëer je een dromerige sfeer met zachtroze bokeh-bollen die het voorjaarsgevoel perfect vangen.